|
“Het Cv.-water is toch dóód!”
Een veelgehoorde zin, waarmee wordt bedoeld dat gesloten systemen als Cv-installaties na een relatief korte periode een zodanig evenwicht hebben bereikt tussen water en installatiemateriaal, dat waterzijdig geen noemenswaardige problemen zijn te verwachten.
Gelukkig is dit ook in vele installaties het geval.
In de praktijk komen we echter ook het tegenovergestelde tegen: lawaaiklachten in ketels, niet meer functionerende thermostaatkranen, vastgelopen Cv-pompen, verstopte vloerverwarmingslangen, enzovoort. |

Spoelmachine
|
Waar komen deze klachten dan vandaan?
Het blijkt dat de oorzaak gezocht dient te worden in het gevolg van de kwaliteit van het Cv.-water en de aanwezigheid van niet gewenste vaste deeltjes hierin. Deze deeltjes, die in verschillende samenstellingen en hoeveelheden kunnen voorkomen, worden veelal kortweg “slib” genoemd. |
 Spoelcompresor |
Herkomst van slib
Slib is een verzamelnaam voor alle ongewenst in het Cv.-water aanwezige vervuiling in vaste vorm:
Allereerst heeft men te maken met slib dat tijdens de installatie in het systeem terecht is gekomen. Te denken valt hierbij aan bouwvuil, laskorrels, zand, enz. Door het op- en bijvullen van het systeem met (meestal) leidingwater ontstaan er chemische reacties van de in het water aanwezige zouten en gassen onderling en met het installatiemateriaal. Ook dit veroorzaakt slib. Afhankelijk van de toegepaste installatiematerialen en opbouw van het systeem, is toetreding van zuurstof (door IJzeroxiden bestaan in twee vormen:
Fe2O3: rode roest, ontstaat bij een overmaat aan zuurstof, en Fe3O4: zwarte roest (magnetiet), ontstaat bij een relatief kleine hoeveelheid zuurstof.
Bij gebruik van ander water dan leidingwater (bijvoorbeeld bron- of zelfs slootwater) kunnen ook nog andere soorten slib ontstaan (bijvoorbeeld het slib dat door bacteriën veroorzaakt wordt). |
 Cleaner en protector voor het chemisch reinigen |
Gevolgen van slib
De hardheid van het eerste vulwater veroorzaakt vooral op het heetste punt van de installatie (de ketel, warmtewisselaar) een afzettingslaagje van kalk. De hoeveelheid kalk is natuurlijk sterk afhankelijk van de waterhardheid ter plaatse, echter veroorzaakt die in Nederland slechts op weinig plaatsen al te grote problemen. Als de installatie vaak moet worden bijgevuld worden de problemen groter. Een te sterke kalkafzetting veroorzaakt lawaaiklachten en omdat kalkafzettingen sterk isolerend zijn, ontstaat het gevaar van oververhitting, met als mogelijk gevolg het scheuren van het metaal. Deze problematiek speelt zich grotendeels af op het heetste punt en zal in de rest van het systeem weinig invloed hebben. Kalk geeft dus slechts in mindere mate een slibprobleem.
De grootste probleemveroorzaker in de installatie is namelijk het corrosieslib
|
 Systeemreiniging |
Systeemreiniging
Reinigen is alleen uitvoerbaar in systemen die relatief makkelijk te spoelen zijn, dus meestal de kleinere (huis)installaties. Zeker bij gebruik van reinigingsmiddelen is het noodzakelijk dat een dergelijke spoeling goed uitgevoerd wordt om ook het reinigingsmiddel weer te verwijderen. Spoelapparaten (zie foto 1) zorgen voor een optimale werveling in het systeem en kunnen de spoeling vergemakkelijken en versnellen.
Voor en na de behandeling controleren wij de werking met een inspectie warmtebeeldcamera
|
 controle/ inspectie met Warmtebeeldcamera
|
| |
|